Artikelen en projecten

Recensies

ICT topsites

Vrienden en bekenden online

Contact

Aan het werk

Terug naar de homepage

 

   


Pleidooi voor Basisinkomen en Bevrijding

- Samenvatting -

In ‘Koppen in het zand’ betoogt Adriaan Meij dat de hot items van de actuele politiek (veiligheid, wachtlijsten, vreemdelingenbeleid) de aandacht afleiden van de kern van de ‘Hollandse ziekte’, namelijk de groeiende onbetaalbaarheid van onze verzorgingsstaat.
Het centrale item in het politieke debat zou volgens de auteur dan ook de noodzaak van ingrijpende veranderingen in de sociale zekerheid en de steeds verder uitdijende bureaucratie moeten zijn: “Gezondheidszorg, Onderwijs en Sociale Zekerheid zijn een in zichzelf draaiende economie en bureaucratie geworden. Deze wordt gefinancierd door de opbrengsten, die de marktsector genereert in het buitenland. Omdat deze opbrengsten steeds verder afnemen, loopt de financiering van de welvaartsstaat gevaar. De staat heeft zijn greep op de sociaal-economische en sociaal-culturele werkelijkheid in ons land verloren.” (p.23/24)
Dit ziet Meij als de diepere bron van het gevoel van onveiligheid en onzekerheid. Maar politici en burgers denken liever om dit probleem heen. Ze steken de koppen in het zand . De sociale spanning in onze samenleving zal daarom toenemen, aldus de auteur.

Haalbaar

Meij pleit voor de invoering van een basisinkomen voor iedereen als basis om deze problemen te lijf te gaan. Dat is haalbaar, zo argumenteert hij, want we gaven in 2002 bij elkaar al 124 miljard uit aan sociale zekerheid (inclusief ziektekosten en huursubsidies). Terwijl een basisinkomen van 470 Euro per persoon per maand (zie het staatje onder dit artikel) jaarlijks 121 miljard Euro vergt..(*)
Grondgedachte is dat iedereen hiervoor – fiscaal voordelig – spaart. Ongeveer 2000 Euro per jaar en dat 40 jaar lang.
“Dat is geld dat eerst verdiend moet worden, daarna opzij gelegd, dan zorgvuldig belegd in ondernemingen en waarvan van de opbrengst aan iedereen een basisinkomen wordt uitbetaald.”
Meij verwacht daarbij veel heil van een brede toepassing van nieuwe informatie- en communicatietechnologie: “De productiviteit, die informatisering teweegbrengt biedt krachtige hulp. Informatisering is het nieuwe aardgas.”
Sparen en ICT leggen aldus de basis voor de financiering van deze omwenteling.

Bevrijding

Meij’s basisinkomen staat los van werk of ziekte. Iedereen, van jong tot oud, krijgt het.en hoeft daar geen tegenprestatie voor te leveren. Dat geeft een enorme vrijheid. De hele controlerende en betuttelende uitkeringsbureaucratie (onderdeel van de in zichzelf draaiende economie) wordt in één klap (grotendeels) overbodig.
En iedereen kan in vrijheid boven het sociaal minimum, dat het basisinkomen is, eigen, aanvullende inkomsten verwerven. En voor de echte noodgevallen blijft een afgeslankte sociale overheidsorganisatie paraat.
Een fantastisch idee.
En toch heeft het op dit moment nog maar weinig aanhangers.
Politiek en ambtenarij hebben er geen belang bij, de ‘ziekenindustrie’ al evenmin en wat dacht u van de uitkeringsindustrie? Maar ook voor de burger is dit een enorme omwenteling. Die moet ophouden te denken in ‘rechten’ en beginnen te denken in ‘bijdragen’.

‘Koppen in het zand’ is een complex en baanbrekend boek. Meij geeft daarin een samenhangende visie, die gebaseerd is op 40 jaar werk als financieel-economisch journalist en ICT-researcher. Vanuit dit overzicht analyseert hij de armoede-afgrond, waarop onze samenleving afkoerst, en biedt hij een uitweg in een perspectief dat 40 jaar vooruit kijkt. Al met al dus een visie, die 80 jaar omspant.

Klik hier voor een kritische bespreking van dit boek

Koppen in het zand
Adriaan Meij
132 pagina’s
ISBN 90-806385-2-8
€ 17,45

Te bestellen via de website www.ame.nl

(*) Uit het basisinkomen moet een elementaire ziektekostenverzekering betaald kunnen worden. Voor dekkingen daarboven moet iedereen zich particulier bijverzekeren. Deze en nog veel meer praktische aanbevelingen staan in het hoofdstuk ‘Sociale onzekerheid in de verzorgingsstaat’ (pag 63-94).


Fred Teunissen, 1 januari 2003