Artikelen en projecten

Recensies

ICT topsites

Vrienden en bekenden online

Contact

Aan het werk

Terug naar de homepage

 

   


Libertair Manifest met een aantal open einden

- Bespreking -

Ik heb Koppen in het zand van Adriaan Meij in eerste instantie als pdf-bestand in de Acrobat Reader op mijn beeldscherm gelezen. Na een paar uur realiseerde ik me dat ik een baanbrekend boek in ‘de kijker’ had en heb ik direct de gedrukte versie besteld.
Koppen in het zand is een sociaal-politiek Manifest waar de vonken afspringen.
Ik geef in deze bespreking bij wijze van aftrap drie typeringen, en zal vervolgens drie punten kritisch bespreken, me realiserend dat ik het boek daarmee geweld aandoe, want andere aspecten blijven zo buiten beschouwing.

Typeringen:
1. Koppen in het zand is geen prettig boek
2. Koppen in het zand is eigenlijk geen boek, maar een Manifest
3. Koppen in het zand is visionair

Intermezzo: de Marx & Smith-rotonde

Kritische kanttekeningen:
4. Nadere uitwerking waardetheorie gewenst
5. De plaats van de Derde Wereld
6. Hoe dit alles te realiseren?

Conclusie: Een land van vrije burgers

1
Allereerst: Koppen in het zand is geen prettig boek.
De titel zegt genoeg. Het is een aanklacht tegen de gevestigde politieke partijen, die allemaal - van klein links via het midden tot klein rechts aan toe – verzuimen de burgers te waarschuwen en voor te bereiden op de aanstormende onbetaalbaarheid van onze verzorgingsstaat. Meij is daar boos, verontwaardigd en – bij tijd en wijle – bijzonder bitter over. Maar niet alleen de politiek steekt de kop in het zand, betoogt Meij. Ook de burgers hebben een houding van ‘Na mij de zondvloed’.

2
Ten tweede: Koppen in het zand is eigenlijk geen boek, maar een Manifest.
Inhoud en stijl doen mij sterk denken aan het Communistisch Manifest van Marx en Engels. Ook dat document handelt over het failliet van de oude politieke partijen en de noodzaak om ‘van onderaf’ een beweging te vormen, gericht op bevrijding en nieuwe maatschappelijke verhoudingen.

3
Koppen in het zand is tenslotte visionair.
Niet door de gedachte van het basisinkomen, want die is allesbehalve nieuw. In het boek passeren dan ook de nodige prominente voorstanders de revue (pag 98-107). Wel nieuw – althans voor mij - is de bredere visie, waarin Meij het basisinkomen plaatst. Hij verbindt het basisinkomen met de groeiende rol van de informatie-economie en met een door hem voorgestane radicale omkering van ons belastingsysteem (zie verderop). En dat alles in een ideologisch kader, waarin individueel zelfbeschikkingsrecht, persoonlijke waardigheid, vrijheid en waardetoevoeging centrale thema’s vormen. Daardoor ontstaat een sympathiek en vlammend betoog.

Rotonde

'Hoera, Marx is terug!' Dat was een eerste, krachtige emotie bij lezing. Maar Meij brengt ook Adam Smith terug. Hij stelt dat een synthese van de opvattingen van deze twee ‘onverenigbaren’ nu pas mogelijk wordt, en wel op basis van de groeiende rol van de informatie-economie, die zich in de schoot van de industriële samenleving ontwikkeld heeft en zich naar verwachting nog veel verder ontwikkelen zal. Meij spreekt in dit verband over de ‘Marx & Smith-rotonde’: het gedachtenverkeer van ‘links’ en van ‘rechts’ dat zich samenvoegt in een nieuw patroon.
Meij laat zich niet vangen in één van beide kampen, is niet links en niet rechts. En vanuit dit overkoepelende perspectief doet hij op veel plaatsen in het boek rake observaties.
Tot zover de loftrompet. Nu drie kritische kanttekeningen.

Waardetheorie

Meij onderbouwt zijn pleidooi voor het basisinkomen voor een deel met de waardescheppende eigenschappen, die hij aan informatisering en automatisering toekent. Maar deze kant van het plan is in het boek weinig uitgewerkt.
Meij behandelt de waardetheorie vooral naar de milieu-kant, naar de waarde die wij als consumenten aan de natuur onttrekken. Hij wil waarden, die wij aan de natuur onttrekken belasten via de BOW (Belasting op Onttrokken Waarde). Dat is een belasting aan de bron, bij de producenten en leveranciers van energie en grondstoffen (die dat zullen doorberekenen in de consumentenprijzen).
Dat is prima voor het milieu, dunkt mij. Maar dat voegt economisch nog geen waarde toe. Het stopt alleen de onvoorstelbare roofbouw die gepleegd wordt op de natuurlijke hulpbronnen..
Waardetoevoeging door mentale arbeid is een cruciaal onderwerp. Over de waarde-toevoeging en dus het rendement van ICT-investeringen bestaan, zoals bekend, grote twijfels.
En ook om nog een tweede reden is de argumentatie rondom het waardescheppende vermogen van informatiserings-arbeid van enorm belang. Want in Meij’s visie moet een basisinkomen voor iedereen voor een belangrijk deel opgebracht worden uit de opbrengst van langetermijnbeleggingen in (onder meer) nieuw-technologische sectoren. Daarom is essentieel hoe renderend die kunnen zijn, lees: hoeveel toegevoegde waarde we daarmee met ons allen voor ons uit kunnen duwen in de tijd.

Dat neemt uiteraard niet weg dat Meij’s vaststelling klopt dat onze economie in steeds hoger tempo fysieke arbeid uitstoot. Naar buiten, richting de lage lonen landen. En intern door automatisering. Er blijft dus een heel leger werkers (en niet-werkers) over dat via de één of andere vorm van mentale arbeid waarde kan toevoegen. We noemen dat dan voor het gemak maar de informatie-economie.
Ik help het Meij hopen dat zijn waardetoevoegingstheorie klopt, maar bewezen vind ik die nog niet. Dat vraagt waarschijnlijk om een fundamentele herbezinning op de theoretische fundamenten. Inderdaad: Smith (The Wealth of Nations) en Marx (Das Kapital). En anderen. Wil de nieuwe Adam, dan wel Karl opstaan? Of is die al in ons midden?

Derde Wereld

Een andere vraag, waar ik mee blijf zitten, heeft betrekking op de plek van de Derde Wereld. Want het is geweldig als wij hier in een soort renteniersstaat een nieuw niveau van vrijheid kunnen betreden. Maar gaat dat niet ten koste van de arme landen in deze wereld? Of profiteren zij daarvan juist mee?
Hoeveel arbeid-waarde eigenen wij ons internationaal bezien eigenlijk ten onrechte toe? Dat lijkt mij een essentiële vraag.
Een goede theorie van het basisinkomen zou ik verbonden willen zien met een perspectief voor de echte armen op onze planeet. Die dimensie mis ik een beetje in Meij’s boek.

Hoe?

En de grootste vraag, die ik heb, tenslotte, is de kortste: hoe?
HOE moet dat basisinkomen er komen? Hoe gaat ons dat lukken? Meij spreekt zich daarover niet erg duidelijk uit. Hij schildert het perspectief van ‘een bevrijdingsbeweging van miljoenen’, maar dat is rijkelijk vaag.
Enerzijds houdt hij een vlammend pleidooi voor nieuwe economische en politieke verhoudingen, maar anderzijds beklaagt hij zich er over dat politiek en volk die niet willen.
Dat is het zwakste element in het betoog (en wellicht ook de achterliggende reden van de soms wat vertwijfelde toon). Wat ik ook gemist heb – en wat hiermee samenhangt - is een uiteenzetting met de stellingnames van andere voor- en tegenstanders (bijvoorbeeld de Vereniging Basisinkomen, waar ik nog nooit van gehoord had, maar die de zoekmachine direct presenteert, naast een heleboel andere relevante bronnen). Korttom: ik mis een stuk politieke context.

De vraag naar het hoe is een zeer brandende, politieke vraag..
Er zal zeker een beweging voor op gang gebracht moeten worden. Binnen- en buiten-parlementair. Gelijkgestemden moeten hun krachten bundelen. Dankzij internet hebben ook de niet-machtigen tegenwoordig de beschikking over een krachtig medium. Heel anders dan in de tijd van Marx.

Dus: Adriaan, wat let je? Richt een beweging op. Comprimeer je boek tot een beginselverklaring van één of twee A4-tjes en publiceer die op de website van de nieuwe beweging. Ik doe direct mee.
Noem onze beweging de club van 470 Euro, zoals in je boek, tot we iets beters gevonden hebben. Eén van de doelen van de club zou kunnen zijn een politiek-wetenschappelijk bureau op te richten dat opinies moet beïnvloeden binnen en buiten de politieke partijen.
En dat gaat natuurlijk jaren kosten. Misschien wel tientallen jaren.
Geeft niet. Want als ‘we’ eenmaal een beweging zijn hoeven we ons niet meer zo druk te maken over de kortzichtigheid en machtshonger van de bestaande politiek.
Laat ze maar. Wij gaan onze eigen gang.

Vrije burgers

Dat allerlei aspecten (zoals de onderliggende economische theorie, de internationale dimensie en de politieke strategie) nadere verdieping behoeven, neemt voor mij niet weg dat Meij een geloofwaardig en nastrevenswaardig perspectief schetst. Ik vind zijn economische en politieke analyses hout snijden..
De auteur maakt contouren zichtbaar van andere maatschappelijke en intermenselijke verhoudingen. Niet meer het ‘consumentisme’ aan de macht, zoals nu, maar een samenleving van vrije individuen, die op vrije wijze samenwerken. Hier is Meij’s Manifest allesbehalve bitter of cynisch, maar juist opgewekt en hoopval. Sociaal en liberaal. En, het woord moet er toch echt één keer uit: revolutionair.

Klik hier voor een de korte samenvatting van dit boek

Koppen in het zand
Adriaan Meij
132 pagina’s
ISBN 90-806385-2-8
€ 17,45

Te bestellen via de website www.ame.nl

Fred Teunissen, 2 januari 2003