| |
Artikelen
en projecten
Recensies
ICT topsites
Vrienden en bekenden online
Contact
Aan het werk
Terug naar de homepage
|
|
|
25 praktische tips voor goede onderzoeksjournalistiek
Gedistilleerd uit de workshop ‘Hoe maak ik hier ooit een verhaal
van?’ van Walter Pauli (De Morgen) en Lex runderkapm (NOS Journaal).
VVOJ Conferentie, zaterdag
9 november 2002, stadskasteel Oudaen, Utrecht
Je hebt een berg gegevens. Het heeft weken of maanden gekost om die bijeen
te brengen. En dan? Hoe maak je daar een goed verhaal van?
Tip 1 t/m 18 zijn verwoord door Walter Pauli.
Tip 19 t/m 25 door Lex Runderkamp.
- Op de plek zelf zijn, voelen, ruiken en proeven is cruciaal. Ga er
eerst zo dicht mogelijk op zitten, en neem daarna pas afstand.
- Je moet nooit sjoemelen met de inhoud, maar qua presentatie mag de
hele trucendoos open.
- Begin met de visuele verzorging van je verhaal.
- Als je daarna alle gegevens hebt, begin dan je verhaal met een optic
shot. Houd steeds een film voor ogen. De feiten spreken nooit voor zichzelf.
Een journalist ordent de feiten en is meester van het verhaal. Je moet
de lezer eerst boeien en dan het verhaal intrekken.
- Doe niet mee met good guys en bad guys simplificaties. Kies intelligent
partij. Neutrale journalistiek bestaat niet. Eerlijke wel.
- Vraag je voortdurend af of de dingen wel kloppen: kan het misschien
toch zo zijn dat…., hebben we toch nog iets over het hoofd gezien….en
betrek de lezer bij deze twijfels, die je openlijk behandelt in het
verhaal.
- In verband met het vorige: doe veel moeite voor het recht op wederhoor.
‘Niet bereikbaar voor commentaar’ kan eigenlijk niet. Stel
alles in het werk om een reactie te krijgen en als iemand dan nog niks
wil zeggen vertel dan over al die pogingen in je verhaal.
- Vermeld geen ‘anonieme bronnen’. Je kunt die eventueel
witwassen door weerwoord te gaan halen en een discussie op gang te brengen
- Gebruik alleen de juiste details, die licht werpen op de essentie.
Onjuiste details leiden de aandacht af.
- Verdeel primeurs in hapklare brokken. Breng ze niet allemaal in één
keer. Dit geeft een ‘tegenpartij’ bovendien de gelegenheid
alsnog weerwoord te geven, wat je kunt gebruiken in het vervolg..
- Geef ook niet meteen al je bewijs prijs. Houd wat kruit droog. Blijft
de andere kant ontkennen, speel dan gaandeweg meer troeven uit.
- Maak bij gecompliceerde dossiers afsplitsingen in deelonderwerpen,
want:
- Schrijf zo lang als nodig en zo kort als kan.
- Schrijf niet te ingewikkeld. Richt je op het niveau laatste jaar
middelbare school (voor dagblad)
- Gebruik je gezonde verstand. Wilde verhalen kloppen bijna nooit.
- Als je tien argumenten voor of tegen iets hebt, laat dan de minste
weg en gebruik alleen de beste.
- Je kunt afsluiten met open vragen als je daar later verder op door
wilt gaan.
- Sluit een serie af met ‘ethisch bewijs’. Dat kan de ‘finale
tik’ geven. Maar alleen als er eerder voldoende feitelijk bewijs.is
geleverd.
-------------------------------------------------------------------------
- Vergeet je eigen opwinding. Je moet eerst de kijker winnen voor het
onderwerp.
- Als de inhoud klopt, wijst de vraag naar het ‘hoe’ van
je verhaal zich vaak vanzelf
- Gebruik de kracht van beeld bij bewijzen (voorbeeld de shots van de
schaduwboekhouding bouwfraude Zembla)
- Bij 90% van alle TV-reportages is een of andere bewering het uitgangspunt.
Dat is zwak. Veel beter is het om twijfel als uitgangspunt te nemen
en de kijker mee te trekken in het debat. Ga niet als aanklager te werk,
maar als onderzoeker.
- Zeggen dat iemand commentaar weigert is niet zo sterk. Overtuigender
is het dit met beelden of met geluid te illustreren.
- Soms kan het nuttig zijn om ook zelf als onderzoeker in beeld te
komen (het Kuifje-effect).
- Als je veel gegevens hebt verzameld en de kijker/lezer niet wilt
overladen met details, kan een reconstructie een goede vorm zijn. (‘Zou
het soms op deze manier gegaan kunnen zijn?’)
Fred Teunissen, 4 januari 2003
|
|